Fokreglement

Fokreglement

ARTIKEL 1. ALGEMEEN 

1.1. Het Rasspecifiek Fokreglement voor het ras Tamaskan beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Tamaskan zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Nederlandse Tamaskan Club (hierna te noemen NTC). Dit Rasspecifiek Fokreglement is goedgekeurd door de leden van de NTC op 18 maart 2018. Inhoudelijke aanpassingen van dit Rasspecifiek Fokreglement kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de leden van de NTC.

1.2. Dit Rasspecifiek Fokreglement geldt voor alle Tamaskan fokkers en dekreu-eigenaren die lid zijn van de NTC.

 

ARTIKEL 2. FOKREGELS

2.1. Verwantschap: het inteeltcoëfficiënt (Wright formule) van de fokcombinatie, berekend over 5 generaties, mag niet over de 4% komen.

2.2. Herhaalcombinaties: dezelfde oudercombinatie mag maximaal 1 maal herhaald worden.

2.3. Minimum leeftijd reu: de minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 24 maanden (2 jaar) zijn.

2.4. Aantal dekkingen reu: een Tamaskan reu mag maximaal 4 nesten gedurende zijn leven voortbrengen. Een outcross reu / foundation dog mag maximaal 2 nesten gedurende zijn leven voortbrengen, mits goedkeuring van het bestuur.

2.5. Cryptorchide en monorchide: cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.

2.6. Gebruik buitenlandse dekreuen: wanneer een fokker die is aangesloten bij de NTC voor een dekking een dekreu gebruikt, die niet is aangesloten bij de NTC, dan moet deze dekreu voldoen aan de gezondheidseisen die het Tamaskan Dog Register (TDR) heeft opgesteld. Fokkers zetten zich in om de aanvullende testen van de NTC wel te voldoen. In 2020 zal er een evaluatie plaatsvinden en zal gekeken worden om alle reuen aan de eisen te laten voldoen van de NTC.

2.7. Kunstmatige inseminatie: bevruchting door middel van kunstmatige inseminatie is toegestaan, mits teef en reu zich al eerder op natuurlijke wijze hebben voortgeplant.

 

ARTIKEL 3. WELZIJN

3.1. Minimum leeftijd teef: een teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan 24 maanden (2 jaar).

3.2. Maximum leeftijd teef: een teef mag niet worden gedekt na de dag waarop zij 96 maanden (8 jaar) oud wordt.

3.3. Maximum leeftijd 1e dekking teef: een teef mag, voor het eerste nest, niet worden gedekt na de dag waarop zij 66 maanden (5,5 jaar) oud wordt.

3.4. Periodiciteit nesten: tussen de geboortes van twee opeenvolgende nesten van dezelfde teef dient een termijn van minstens 12 maanden te zitten.

3.5. Aantal nesten teef: een Tamaskan teef mag gedurende haar leven maximaal 3 nesten krijgen. Een outcross teef / foundation dog mag gedurende haar leven maximaal 2 nesten krijgen, mits goedkeuring van het bestuur.

3.6. Keizersnede: de geboorte dient een natuurlijk verloop te hebben. Indien de geboorte van een nest voor de tweede maal operatief, door middel van een keizersnede (sectio caesarea), heeft plaatsgevonden, mag de teef niet verder meer voor de fokkerij gebruikt worden.

 

ARTIKEL 4. GEZONDHEID

4.1. Verplichte onderzoeken: alle ouderdieren moeten worden onderzocht op:
a) Heupdysplasie (HD): ten tijde van het onderzoek moet de hond de minimale leeftijd van 18 maanden hebben. Er mag worden gefokt met de volgende uitslagen:
– HD A of HD B
– BVA 0-18
– OFA Excellent, OFA Good of OFA Fair
Tegenover een HD B moet altijd een HD A staan. Tenzij het bestuur anders beslist.
b) Elleboog Dysplasie (ED): ten tijde van het onderzoek moet de hond de minimale leeftijd van 18 maanden hebben. Er mag worden gefokt met de volgende uitslagen:
– ED Vrij
– BVA 0
– OFA Normal
c) Degeneratieve Myelopathie (DM): iedere fokcombinatie moet bestaan uit tenminste één ouderdier met de uitslag DM vrij. Vanaf 1 januari 2015 zijn er geen combinaties met lijders (DM at risk) meer toegestaan. Na 3 generaties “vrij door ouderschap” moet de DNA test opnieuw gedaan worden.
d) Hypofysaire Dwerggroei: iedere fokcombinatie moet bestaan uit tenminste één ouderdier met de uitslag dwerggroei-vrij. Ouderdieren die lijden aan Hypofysaire Dwerggroei zijn uitgesloten van de fok. Na 3 generaties “vrij door ouderschap” moet de DNA test opnieuw gedaan worden.
e) Oogonderzoek (ECVO): ten tijde van het onderzoek moet de hond de minimale leeftijd van 12 maanden hebben. Beide ouderdieren dienen ‘voorlopig vrij’ te zijn van alle erfelijk beschouwde oogziekten vóór de dekking. Een gunstige uitslag heeft de geldigheidsduur van 1 jaar, bij meerdere dekkingen kan het dus zijn dat de test herhaald moet worden.
f) MyDogDNA of Embark: ouderdieren geregistreerd na 1 oktober 2013 moeten de MyDogDNA test gedaan hebben om tot de fok te worden toegelaten. Geregistreerd na 18 maart 2018 moet er een keuze gemaakt worden tussen MyDogDNA of Embark. Bij de Embark zal wel een losse kleurtest voor de S-locus gedaan moeten worden. In 2020 zal bekeken worden met welke DNA test gewerkt zal worden of dat beide blijven.
g) Pathella Luxatie: ten tijde van het onderzoek moet de hond de minimale leeftijd van 18 maanden hebben. Er kan worden gefokt wanneer beide ouderdieren een uitslag hebben onder “graad 1”. In uitzonderlijke gevallen kan er toestemming worden verleend aan combinaties waarvan 1 ouderdier “graad 1” is en het andere ouderdier “vrij” is.

4.2. Outcross: ouderdieren moeten naast de gezondheidstesten genoemd in punt 4.1. ook worden getest op alle, redelijkerwijs te testen, gezondsheidsproblemen die bekend zijn bij het ras, of rassen, waaruit de outcross bestaat.

4.3. Epilepsie: ouderdieren die lijden aan epilepsie mogen niet voor de fokkerij worden ingezet.
a) Een combinatie waarin epilepsie zich heeft geopenbaard mag niet worden herhaald.
b) Een ouderdier dat in 2 verschillende combinaties één of meer nakomelingen met epilepsie heeft gegeven wordt van de fokkerij uitgesloten.
c) Nestgenoten van een hond die lijdt aan epilepsie worden van de fokkerij uitgesloten.
d) Directe nakomelingen van een hond die lijdt aan epilepsie worden van de fokkerij uitgesloten.
e) Een ouderdier dat een nakomeling heeft die lijdt aan epilepsie dient alleen gepaard te worden aan honden uit een lijn waarin zich geen epilepsie heeft voorgedaan.
f) Half-broers en zussen van een hond die lijdt aan epilepsie dienen tenminste 3 jaar oud te zijn voordat ze voor de fokkerij mogen worden ingezet en ze dienen alleen gepaard te worden aan honden uit een lijn waarin zich geen epilepsie heeft voorgedaan.

 

ARTIKEL 5. GEDRAG

5.1. Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven. Met dieren die lijden aan agressiviteit, angst of nervositeit mag niet worden gefokt.
5.2. Gedragstest: Ouderdieren geregistreerd na 1 oktober 2013 dienen vóór de eerste dekking met goed gevolg de door de NTC erkende gedragstest te hebben afgelegd. Ten tijde van de gedragstest moet de hond de minimale leeftijd van 20 maanden hebben.

 

ARTIKEL 6. EXTERIEUR

6.1. Beide ouderdieren dienen in het algemeen, behoudens enkele onvolkomenheden die het ideale rasbeeld verstoren, aan de rasstandaard te voldoen.

 

ARTIKEL 7. AFGIFTE PUPS

7.1. De fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees Dierenpaspoort.

7.2. De pup moet een DNA bewijs hebben, die aantoont dat de ouders juist zijn.

7.3. De pups moeten gechipt zijn.

7.4. De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 8 weken.

7.5. De pupkoper moet door de fokker worden ingelicht als de reu pup niet in het bezit is van twee normaal en volledig in het scrotum ingedaald testikels, of bij eventuele andere voorkomende onvolkomenheden bij de pup (zoals gebitsfouten, gehoorproblemen en andere afwijkingen).

7.6. De fokker heeft de plicht om de pupkoper adequate informatie te verstrekken: kopieën stambomen & uitslagen gezondheidsonderzoeken van de ouderdieren, informatie over het ras, voeradvies, ent- en ontwormingsschema, algemene informatie betreft omgang met een pup. Tevens dient de fokker voor een goede begeleiding en nazorg van de pup te zorgen.

7.7. De fokker is verplicht om pupkopers van een koopovereenkomst te voorzien.

7.8. De fokker is verplicht een puppytest af te nemen op de leeftijd van 7 weken. Kiest de fokker voor een externe gecertificeerde puppytester, dan moet dit worden aangegeven bij het bestuur.

 

ARTIKEL 8. REGELS EN VERPLICHTINGEN FOKKER

8.1. De fokker stuurt uiterlijk 1 maand voor de geplande dekking kopieën van alle gezondheidsresultaten door van beide ouderdieren aan het secretariaat.

8.2. De fokker meldt binnen 10 dagen aan het secretariaat:
a) de dekking, met opgaaf van de namen van reu en teef;
b) de geboorte, met opgaaf van het aantal reuen en teven;
c) zodra de laatste pup is afgeleverd, de namen en adressen van de nieuwe eigenaren.

8.3. De fokker mag niet meer dan 3 nesten per jaar fokken.

8.4. De fokker mag niet meer dan 1 nest tegelijkertijd in huis hebben liggen.

8.5. De fokker is verplicht ziekten of afwijkingen (zowel erfelijk, aangeboren als later ontstaan) van fokdier en nakomelingen (voor zover bekend) te melden aan de NTC.

8.6. De fokker mag onder de volgende voorwaarden buiten de NTC fokken;
a) Outcross voor een ander ras
b) Voor reuen bij een andere Tamaskan club (reu moet altijd voldoen aan regelement van de NTC).
Mocht er na een negatief fokadvies toch gekozen worden voor een combinatie, zal de fokker 1 punt ontvangen volgens het puntensysteem van artikel 10.

 

ARTIKEL 9. ADVIESPRIJS PUPS

9.1. De adviesprijs voor een pup, waarvan beide ouders Tamaskan zijn, bedraagt EUR 1000,00

9.2. De adviesprijs voor een pup, waarvan één van de ouders een goedgekeurde outcross is, bedraagt EUR 850,00

 

ARTIKEL 10. SANCTIEBEPALINGEN

10.1. Indien een lid een van de voorwaarden genoemd in artikel 2 tot en met artikel 8 van dit reglement overtreedt, is het bestuur gerechtigd maatregelen tegen het lid te nemen zoals in dit artikel staat beschreven.

10.2. De mate van overtreding is gesplitst in verschillende gradaties door middel van een puntensysteem;
a) 1 punt: wordt toegekend bij het overtreden van:
– artikel 2.1.
– artikel 2.2.
– artikel 2.4.
– artikel 2.7.
– artikel 6.1.
– artikel 8.1.
– artikel 8.2.
– artikel 8.6.
b) 2 punten: worden toegekend bij het overtreden van:
– artikel 2.3.
– artikel 7.5.
– artikel 7.6.
– artikel 7.7.
– artikel 7.8.
– artikel 8.5.
c) 3 punten: worden toegekend bij het overtreden van:
– artikel 2.5.
– artikel 3.4.
– artikel 3.5.
– artikel 7.2.
– artikel 7.3.
– artikel 8.3.
– artikel 8.4.
d) 4 punten: worden toegekend bij het overtreden van:
– artikel 2.6.
– artikel 3.1.
– artikel 5.1.
– artikel 5.2.
– artikel 7.1.
– artikel 7.4.
e) 5 punten: worden toegekend bij het overtreden van:
– artikel 3.2.
– artikel 3.3.
– artikel 3.6.
– artikel 4.1.
– artikel 4.3.

10.3. Bij iedere overtreding bekijkt het bestuur om wat voor overtreding het gaat en wordt het aantal punten vastgesteld. Aan ieder behaald punt zit een te nemen maatregel door het bestuur:
a) 1 punt: het lid ontvangt van het bestuur een schriftelijke berisping.
b) 2 punten: het lid ontvangt van het bestuur een schriftelijke berisping.
c) 3 punten: het lid wordt voor zes maanden geschorst. De schorsing wordt gepubliceerd met naam van het lid en de gemaakte overtreding(en).
d) 4 punten: het lid wordt voor 1 jaar geschorst. De schorsing wordt gepubliceerd met naam van het lid en de gemaakte overtreding(en).
e) 5 punten: het lid wordt ontzet uit zijn/haar lidmaatschap. De ontzetting wordt gepubliceerd met naam van het lid en de gemaakte overtreding(en).

 

ARTIKEL 11. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

11.1. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur van de NTC.

11.2. In bijzondere gevallen kan het bestuur van de NTC afwijken van dit reglement, indien strikte toepassing van dit reglement leidt tot een onredelijk en onbillijk resultaat, mits daarmee belangen van het ras worden gediend en geen onevenredige schade aan belangen van derden wordt toegebracht.

11.3. Als voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt het bestuur van de NTC zorg voor aanvulling van dit fokreglement.

11.4. Leden kunnen ten aanzien van dit reglement wijzigingen voorstellen. De aanpassingen behoeven in alle gevallen goedkeuring van de leden van de NTC of van een in de statuten en huishoudelijk reglement van de NTC anders bepaald orgaan of anders bepaalde commissie.

 

ARTIKEL 12. INWERKINGTREDING

12.1. Dit Rasspecifiek Fokreglement treedt in werking op 18 maart 2018.